Huurstijging vlakt af ondanks grote vraag naar vrije sector huurwoningen

Nieuwegein, 3 juli 2019 – De krapte op de woningmarkt blijft zichtbaar in de vrije sector huurmarkt. De vraag is nog altijd groter dan het aanbod. Dit tekort aan woningen is de drijfveer achter de prijsstijgingen. Wel zet de trend van 2018 zich door en is de prijsstijging minder dan de voorgaande jaren. Dit blijkt uit de vrije sector huurmarktcijfers over de eerste helft van 2019 in de marktrapportage ‘Transparantie in de verhuurmarkt van VGM NL en NVM’.  

De gemiddelde vierkante meter transactieprijs van de huurwoningen in de vrije sector is in de eerste helft van 2019 opnieuw gestegen. Nieuwe huurders betalen gemiddeld in Nederland 11,58 per m2. Dat betekent een stijging van 5,4% ten opzichte van de prijzen van een jaar eerder. De stijging van de absolute huurprijs ten opzichte van een jaar eerder was met 4,4% iets minder groot. De gemiddelde transactiehuurprijs bedroeg het afgelopen halfjaar 1.088 euro. Regionale verschillen blijven groot. Zo lag de gemiddelde vierkante meter transactieprijs in Friesland op 8,50 euro, terwijl deze in Noord-Holland is gestegen tot boven de 16 euro, met name door de invloed van Amsterdam.

Nieuw ROZ-model huurcontract voor woonruimte

De Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) heeft een nieuw model voor de huurovereenkomst van Woonruimte vastgesteld. Dit nieuwe ROZ-model is vanaf 18 april 2017 beschikbaar.

De Juridische Commissie Huurzaken van de ROZ heeft deze herziening, die mede nodig was vanwege de Wet doorstroming huurmarkt 2015, tot stand gebracht. Het nieuwe ROZ-model is transparant, geeft partijen duidelijke keuzemogelijkheden en is toegesneden op de huidige verhuurmarkt.

Het nieuwe model voorziet onder meer in de mogelijkheid om te verhuren aan bepaalde doelgroepen, zoals studenten, promovendi en jongeren onder 28 jaar. Hierdoor is het mogelijk om woonruimte bestemd te houden voor personen die behoren tot de in de huurovereenkomst genoemde doelgroep.

Ook voorziet het nieuwe model in de, op basis van de Wet doorstroming huurmarkt 2015, verruimde mogelijkheid om huurcontracten aan te gaan voor een bepaalde periode van maximaal 2 jaar (ingeval van zelfstandige woonruimte) en voor een bepaalde periode van maximaal 5 jaar (voor onzelfstandige woonruimte). Deze huurovereenkomsten eindigen als de verhuurder dit vóór het verstrijken van die duur schriftelijk aan de huurder meedeelt.

In het nieuwe model worden aan verhuurder en huurder vier keuzes geboden ten aanzien van de termijn waarvoor de huurovereenkomst wordt aangegaan. De huurovereenkomst kan worden aangegaan voor onbepaalde tijd; voor onbepaalde tijd met een minimumperiode van één jaar; voor genoemde bepaalde tijd van maximaal 2 respectievelijk 5 jaar, dan wel voor de bepaalde tijd langer dan 2 respectievelijk 5 jaar.

De mogelijkheid van verhuur voor onbepaalde tijd met een minimumperiode van 1 jaar is in het nieuwe model gehandhaafd. Deze minimumduur van 1 jaar is de gangbare praktijk en voor verhuurders van groot belang om een te snel wisselend huurdersbestand tegen te gaan. Aangezien de minister, in zijn beantwoording van Kamervragen, duidelijk heeft aangegeven dat hij de bestaande verhuurpraktijk niet heeft willen wijzigen, is deze mogelijkheid als één van de opties opgenomen.

Nieuw in het model is dat de aanpak van overlast door de verhuurder meer ‘handen en voeten’ heeft gekregen. Zo is in het nieuwe model expliciet bepaald dat AirBnB niet is toegestaan zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de verhuurder. Uiteraard is ook hennepteelt en daarmee samenhangende activiteiten nu expliciet in het model verboden. De huurder moet er daarnaast onder meer voor zorgen dat er geen overlast van dieren wordt veroorzaakt.

Het boetebeding heeft een plek gevonden in de huurovereenkomst zelf en de formulering van het boetebeding is zorgvuldig gekozen, teneinde in lijn te zijn met Europese jurisprudentie.

Op zoek naar een leuke woning? Debby kan je helpen